Goal: wat wil je bereiken?
Start met het doel van het gesprek en het doel op langere termijn. "Wat wil je dat er na dit gesprek anders is?"
Reality: waar sta je nu?
Vraag naar feiten, niet naar oordelen. "Wat heb je al geprobeerd? Wat gebeurde er toen?"
Options: wat kan je doen?
Verzamel opties voor je er een kiest. "Wat nog?" is hier je beste vraag.
Will: wat ga je doen?
Maak het concreet: wat, wanneer, en hoe weet je dat het gelukt is?
Valkuilen
- Te snel naar opties springen.
- Zelf de opties aandragen.
- Geen afspraak maken over de volgende stap.